De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) [1] en recente landelijke onderzoeken (zoals het Nivel-rapport en de RIVM Monitor Mondgezondheid) [2,3] laten zien dat de mondzorg bij kwetsbare ouderen nog altijd een kritiek aandachtspunt is. Waar voorheen de focus voornamelijk op verpleeghuizen lag, blijkt uit recente cijfers dat ook ruim 300.000 thuiswonende kwetsbare ouderen kampen met een matige tot slechte mondgezondheid [2]. In dit zorgpad willen we daarom bijdragen aan een duidelijke regie en de specifieke kennis en vaardigheden om mondproblemen tijdig te signaleren en interventies op te zetten.
Ouderen behouden tegenwoordig veel vaker en langer hun eigen tanden en kiezen [3,4]. Dit is een positieve ontwikkeling, maar het vergroot ook de complexiteit van de mondzorg. Er is vaker sprake van ernstige gebitsslijtage, actieve wortelcariës (wortelgaatjes), de aanwezigheid van orale implantaten en geavanceerde, vaste of uitneembare prothetische constructies (zoals kronen, bruggen en klikgebitten) [4].
Om een goede mondgezondheid tot op hoge leeftijd te behouden, is voortdurende structurele preventie en professionele ondersteuning noodzakelijk. Door een opeenstapeling van chronische systeemziekten, cognitieve achteruitgang en het gebruik van meerdere medicamenten (polyfarmacie, wat vaak leidt tot een droge mond ofwel xerostomie) zijn kwetsbare ouderen extreem gevoelig voor het ontwikkelen van mondproblemen [4,5].
De klinische gevolgen van een ongezonde mond zijn ernstig. Er zijn sterke causale relaties en associaties aangetoond tussen een slechte mondgezondheid en verschillende systemische aandoeningen [4,6], waaronder:
Hart- en vaatziekten
Aspiratiepneumonie (longontsteking door verslikken)
Slecht instelbare diabetes mellitus
Ondervoeding en gewichtsverlies
Algehele achteruitgang bij dementie
Cruciaal hierbij: een gezonde, pijnvrije mond heeft een direct en bewezen positief effect op de smaakbeleving, de spraak, het sociale contact en daarmee op het algehele welbevinden en de kwaliteit van leven van de cliënt [2,4].
Epidemiologisch onderzoek en landelijke kwaliteitsrichtlijnen laten zien dat een schrikbarend hoog percentage kwetsbare ouderen kampt met actieve, maar onopgemerkte mondproblemen [2,7].
In de dagelijkse praktijk van de thuiszorg en verpleeghuiszorg uit zich dit in drie veelvoorkomende knelpunten [4,7]:
Plaqueophoping en tandvleesontstekingen: Veel zorgvragers hebben last van ernstige plaquevorming en gevorderde tandvleesontstekingen (parodontitis). Dit blijft in de praktijk vaak lang ongemerkt, totdat er sprake is van pijnlijk of bloedend tandvlees en loszittende elementen [4,6].
Schimmelinfecties en droge monden: Droge monden (xerostomie) en orale schimmelinfecties (orale candidiasis) komen op grote schaal voor. Deze problemen ontstaan erg vaak als niet-herkende bijwerking van medicijngebruik met een uitdrogende werking of door een verminderde afweer [5,7].
Slecht passende of vervuilde protheses: Veel kunstgebitten passen slecht of worden onvoldoende schoongemaakt. Dit leidt direct tot pijnlijk geïrriteerd mondslijmvlies (stomatitis prothetica), drukplekken én een verhoogd risico op verslikken tijdens de maaltijd [6,7].
Uit internationaal literatuuronderzoek en systematische reviews blijkt dat suboptimale mondzorg door zorgverleners zelden voortkomt uit onwil [8]. Er is sprake van een complex samenspel van organisatorische, psychologische en kennisgerelateerde barrières [8,9]:
Lage prioriteit: Mondzorg wordt in de praktijk vaak als minder urgent gezien en krijgt een lagere prioriteit dan andere klinische of acute medische handelingen [8].
Hoge werkdruk en personeelstekort: Door een hoge werkbelasting en krappe bezetting schiet de tijd voor uitgebreide mondverzorging er vaak als eerste bij in [8,9].
Onderzoeken (zoals uitgebreid etnografisch onderzoek) tonen aan dat niet-tandheelkundige zorgverleners het reinigen van andermans mond en kunstgebit vaak als vele malen onprettiger of "viezere" zorg ervaren dan bijvoorbeeld wondverzorging of algemene intieme hygiëne. De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek [9,10]:
Fysieke afkeer en kokhalsreflexen: Zorgverleners rapporteren bij mondzorg regelmatig directe fysiologische reacties van walging, variërend van misselijkheid en kokhalsreflexen tot rillingen. De confrontatie met sterke mondgeur (halitose), taai speeksel, dikke lagen plaque of zwaar verwaarloosde gebitten triggert een biologische afweerreactie.
Inbreuk op de intieme zone: De mond wordt psychologisch gezien als een extreem privé en intiem lichaamsdeel. Zorgverleners ervaren het binnendringen van de mondholte met een tandenborstel of vinger vaak als een ongemakkelijke grensoverschrijding van zowel hun eigen persoonlijke ruimte als die van de cliënt. Dit zorgt voor handelingsverlegenheid.
Het taboe en de schaamte: Omdat verpleegkundigen en verzorgenden vanuit hun professionele rol het gevoel hebben dat ze 'tegen alles moeten kunnen', rust er een groot taboe op dit onderwerp. Professionals houden hun afkeer voor mondzorg vaak geheim uit angst voor negatieve oordelen van collega's. Hierdoor blijft het probleem onbesproken en wordt mondzorg onbewust sneller overgeslagen of afgeraffeld.
Gebrek aan deconditionering (gewenning): Waar zorgverleners tijdens hun opleiding en werk snel wennen aan urine, ontlasting of bloed, ontbreekt het in zorgopleidingen aan aandacht voor de omgang met afkeer rondom mondzorg. Omdat het binnen zorgsystemen niet als een legitiem probleem wordt erkend, worden zorgverleners er alleen voor gesteld om deze emoties te managen.
Kortom: dat professionals mondzorg vaak onaantrekkelijk of onprettig vinden is geen kwestie van onwil of een gebrek aan motivatie, maar een diepgaande, biologische en psychologische barrière die door de wetenschap absoluut wordt onderbouwd [8-10].
Zie het hoofdstuk 'Interventies' voor 5 tips om hiermee om te gaan.
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Toetsingskader mondzorg in verpleeghuizen / Toezicht op mondzorg voor kwetsbare ouderen. Utrecht: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; 2024.
De Goede S, van Dijk P, van der Sluijs M, e.a. Mondzorg voor thuiswonende kwetsbare ouderen: Een verkennend onderzoek naar knelpunten en oplossingsrichtingen in de eerste lijn. Utrecht: Nivel; 2021.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Monitor Mondgezondheid (Eerste rapportage). Bilthoven: RIVM; 2024.
Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). Klinische Praktijkrichtlijn: Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen. Nieuwegein: KIMO; 2021.
De Mond Niet Vergeten! [Internet]. Polyfarmacie & mondproblemen en gevolgen voor de algehele gezondheid. Beschikbaar via: demondnietvergeten.nl. Geraadpleegd in 2024.
Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) & Verenso. Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; Herziening 2023/2024.
Samenwerkingsverband Kwaliteitsrichtlijnen In De Langdurige Zorg (SKILZ) & V&VN. Richtlijn Mondzorg in de palliatieve fase. Utrecht: SKILZ / V&VN; 2022.
Hoben M, Clarke A, Kobagi N, e.a. Barriers and facilitators to providing oral health care in long-term care facilities: a systematic review. BMC Geriatrics. 2017;17(1):162.
De Visschere L, de Baat C, De Meyer L, e.a. The oral health status of frail elderly in nursing homes and the barrier for nursing staff to provide oral hygiene care. Community Dentistry and Oral Epidemiology. 2015;43(5):450-457.
Coker E, Ploeg J, Kaasalainen S, Fisher A. Nurses' experiences of providing oral care in acute care settings: a qualitative study. International Journal of Nursing Studies. 2013;50(12):1660-1671.