Wanneer bij de signalering of screening (zoals via de OHAT-NL) knelpunten in de mondgezondheid naar voren komen, biedt de wijkverpleging gerichte zorg. In de landelijke richtlijnen en classificatiesystemen worden deze wijkverpleegkundige interventies onderverdeeld in vier concrete categorieën [1,3,4].
Mantelzorgers (advies en instructie) [2]: Mantelzorgers signaleren mondproblemen vaak als eerste en nemen de dagelijkse zorg over als dat zelfstandig niet meer lukt. Omdat het poetsen bij een ander uitdagend kan zijn — bijvoorbeeld bij dementie of afweergedrag — is gerichte ondersteuning essentieel. Het Poetsboek van De Mond Niet Vergeten! biedt mantelzorgers hiervoor praktische handvatten, stappenplannen en concrete tips om de mondzorg veilig, effectief en prettig uit te voeren.
Mondverzorging (advies en instructie) [1,3,4]:
Poets- en reinigingsinstructies: Voorlichting en instructie geven over de juiste poetstechniek met fluoridetandpasta en het gebruik van ragers of tandenstokers.
Prothese-instructies: Advies geven over het dagelijks reinigen van de gebitsprothese (met water en vloeibare zeep in plaats van schurende tandpasta of bruistabletten) en het 's nachts droog bewaren van de prothese. Ook bij een prothese moet de mond nog gepoetst worden en is tandartsbezoek noodzakelijk voor het goed zitten van de prothese.
Advies bij een droge mond (xerostomie): Begeleiden bij het stimuleren van speeksel (bijv. kauwen op suikervrije kauwgom/snoepjes) en adviseren over voldoende hydratatie of vrij verkrijgbare bevochtigende gels [5].
Voorlichting over gezondheidsrisico's: Uitleg geven aan de cliënt en mantelzorger over de relatie tussen een slechte mondhygiëne en algemene gezondheidsproblemen (zoals ondervoeding, hart- en vaatziekten of longontsteking).
Aangepaste hulpmiddelen (advies en instructie) [1,3]:
Verdikte of verlengde handvatten: Aanpassingen zoals een foambuis, silicone greep, of een geperforeerde tennisbal om de tandenborstelstang vergroten de grip voor cliënten met artrose, reuma of verminderde knijpkracht.
Driekops-tandenborstel (zoals de Superbrush): Reinigt de binnen-, buiten- en bovenkant van de tanden tegelijk. Dit verkort de poetsduur en vereist minder verfijnde stuurtechniek van de cliënt.
Elektrische tandenborstel: Neemt de complexe poetsbeweging over bij een afgenomen fijne motoriek. Kies voor een model met een brede handgreep en een eenvoudige aan/uit-knop.
Ragers met verlengde greep: Vervang priegelig flosdraad of losse ragertjes door interdentale ragers op een houder of met een verlengde steel.
Fysieke en cognitieve begeleiding (aanleren en begeleiden) [1,4]:
Hand-over-hand techniek: De zorgverlener legt de eigen hand over de hand van de cliënt om de poetsbeweging fysiek te sturen. De cliënt voert de actie gevoelsmatig zelf uit, wat het spiergeheugen prikkelt en de autonomie versterkt.
Hand-under-hand techniek: De hand van de zorgverlener ondersteunt onder de hand van de cliënt. Dit geeft geleiding en rust zonder dat het voelt als overnemen; erg effectief bij beginnende apraxie.
Spiegelen (model-leren): Tegenover of naast de cliënt gaan staan en synchroon de eigen tanden poetsen. Cliënten met cognitieve achteruitgang imiteren de beweging vaak automatisch.
Verbal prompting & pictogrammen: Breek het poetsproces op in eenvoudige, enkelvoudige opdrachten ("pak de borstel", "poets linksonder"). Een visueel stappenplan op de spiegel helpt bij het vasthouden van de volgorde.
Structuur en omgeving (instandhouden) [1,3]:
Vaste patronen: Koppel het poetsmoment aan een vast dagritme (bijvoorbeeld direct na het wassen) op een vertrouwde plek aan de wastafel.
Prikkelarme setting: Beperk afleiding door de wastafel leeg te maken en overbodige spullen weg te halen, zodat de focus op de mondzorg blijft.
Ondersteunen of overnemen van de mondverzorging: Actief ondersteunen bij of overnemen van het dagelijks poetsen van tanden, kiezen, de tong en het reinigen van het mondslijmvlies.
Omgaan met afweer- of weerstandsgedrag: Specifieke benaderingstechnieken toepassen bij cliënten met cognitieve problemen zoals dementie (zoals de 'voorpoets-techniek', afleiding gebruiken, rustig stap-voor-stap werken of het op een later moment opnieuw proberen). Zie voor meer informatie het hoofdstuk Afweergedrag.
Periodieke (her)screening: Structureel inzetten en herhalen van screeningsinstrumenten (zoals de OHAT-NL) bij veranderende gezondheid of periodieke zorgplan-evaluaties [6].
Medicatiesignalering & analyse: Het medicatieoverzicht structureel bewaken op 'risicomedicatie' die een droge mond of schimmelinfecties veroorzaakt. Veelvoorkomende boosdoeners zijn plaspillen (diuretica), bloeddrukverlagers, antidepressiva, antipsychotica en blaasmedicatie [5].
Functionele controle: Signaleren en bewaken van de gevolgen van mondproblemen, zoals onbedoeld gewichtsverlies, moeite met kauwen/slikken, of pijn bij het praten.
Mondzorgplan borging: Het opnemen van concrete afspraken over de dagelijkse mondzorg en benodigde (preventieve) hulpmiddelen in het zorgplan/ECD.
Overleg met de huisarts / regiebehandelaar: Contact opnemen bij (medicatie-gerelateerde) klachten om te overleggen of medicatie kan worden omgezet, verlaagd, of qua toedieningstijdstip kan worden aangepast. Ook kan de huisarts medicinale middelen voorschrijven (zoals antimycotica bij spruw of specifieke kunstspeeksels op recept).
Overleg met de apotheker: Verzoeken om een medicatierevisie (scannen van de medicatielijst op bijwerkingen) en advies inwinnen over geschikte, milde mondzorgproducten (zoals speciale tandpasta zonder schuimmiddel of speekselsprays).
Verwijzing naar de mondzorgprofessional: Inschakelen van de eigen tandarts, mondhygiënist, tandprotheticus of een ambulante 'mondzorg aan huis'-dienst bij geconstateerde afwijkingen (bijv. bij een score 2 op de OHAT-NL).
Er is een sterke praktische, ergonomische en gedragsmatige onderbouwing om schuin achter of direct achter de cliënt te gaan staan bij het poetsen of rageren [1,2}. Vier redenen:
Ondersteuning van het hoofd: je kunt het hoofd van de cliënt rustig ondersteunen met je niet-dominante arm of tegen je lichaam.
Je bekijkt de mond vanuit precies dezelfde hoek als wanneer je je eigen tanden poetst. Dit geeft veel beter zicht, meer gevoel in de handen en verkleint de kans op het opwekken van een kokhalsreflex.
Schuin achter de cliënt staan voelt minder confronterend en vermindert afweergedrag aanzienlijk.
Het voorkomt dat je als zorgverlener in een gedraaide, gebogen of overstrekte houding boven de cliënt hangt, wat rug- en nekklachten voorkomt.
Een tandenborstel bereikt slechts zo'n 60% van het tandoppervlak. Bij het overnemen van de mondzorg hoort daarom idealiter ook interdentale reiniging (tussen de tanden en kiezen). De voorkeur gaat uit naar flexibele silicone ragers (zoals rubberen soft-picks); deze zijn veilig, prikken niet en zijn voor zorgverleners eenvoudig hanteerbaar. Borging in de praktijk ontstaat door de handeling specifiek in het zorgplan/ECD op te nemen (bijv. "elke avond na het poetsen 1x met de silicone rager tussen de ondertanden"), waardoor handelingsverlegenheid in het team verdwijnt [3,4].
Zie ook de pagina Achtergrond, alinea 'onprettige zorg'.
Je hebt geen dure etherische oliën nodig om nare geurtjes te blokkeren. Smeer een piepklein stipje van de gewone (menthol)tandpasta van de cliënt op de buitenkant van je eigen mondkapje. Het maskeert de geur direct en de spullen staan al in de badkamer.
Ga nooit recht voor de cliënt staan. Als je schuin achter of subtiel naast de cliënt gaat staan (en hen bijvoorbeeld via de badkamerspiegel laat meekijken), sta je letterlijk buiten de directe geurstroom. Bovendien sta je zo een stuk veiliger mocht de cliënt onverwacht hoesten of spugen.
Klinkt heel basaal, maar het werkt als een trein: adem tijdens de mondzorg bewust alléén door je mond en niet door je neus. Wat je niet ruikt, kan je kokhalsreflex of gevoel van afkeer ook niet triggeren.
In de wijk telt elke minuut. Laat de theoretische norm van 3 minuten poetsen los als de situatie (of je eigen maag) dat niet toelaat. Focus je in 30 tot 45 seconden puur op de plekken waar de meeste etensresten en plaque blijven plakken: de kauwvlakken en de wangzakken. Beter in een halve minuut het grofste vuil weg, dan helemaal niet poetsen.
Als een tandenborstel te veel weerstand oproept bij de cliënt, of als je het zelf een onprettig ding vindt om te hanteren, wikkel dan een nat gaasje (of het puntje van een schone, vochtige washand/ hydrofiele doek) strak om je behandschoende wijsvinger. Hiermee veeg je in een paar snelle bewegingen de wangzakken en tanden schoon. Dit voelt vaak veel gecontroleerder en sneller dan hannesen met een borstel
Wijkverpleegkundige diagnosen (en interventies) zijn weergegeven volgens het Omaha-classificatiesysteem: zie voorbeeldzorgplan Mondzorg. Dit is een voorbeeldzorgplan; maak het specifiek voor de betreffende cliënt.
Vilans / De Mond Niet Vergeten! Kennisbundel Mondzorg: Richtlijnen en praktische handvatten voor de wijkverpleging. Utrecht: Vilans; 2023.
De Mond Niet Vergeten! Het Poetsboek: Praktische gids voor de mondverzorging van kwetsbare ouderen. Den Haag: De Mond Niet Vergeten!; 2022.
Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). Klinische Praktijkrichtlijn: Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen. Nieuwegein: KIMO; 2021.
Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) & Verenso. Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; Herziening 2023/2024.
Samenwerkingsverband Kwaliteitsrichtlijnen In De Langdurige Zorg (SKILZ) & V&VN. Richtlijn Mondzorg in de palliatieve fase. Utrecht: SKILZ / V&VN; 2022.
Weening-Verbree LF, Everaars B, Schuller AA, Hoben M, Jerković-Ćosić K. The Dutch version of the Oral Health Assessment Tool: Translation and inter-rater reliability among community nurses. International Journal of Dental Hygiene. 2024;22(1):140-147.