Mondzorg in de wijkverpleging richt zich op het behoud van het gebit en de kauwfunctie, de kwaliteit van leven en het voorkomen van ernstige gezondheidsproblemen, zoals aspiratiepneumonie [1,2]. Binnen deze preventieve aanpak fungeren twee specifieke risicofactoren — naast de overige signalen — direct als alarmbel [2,3]:
Droge mond (xerostomie): Vrijwel altijd een gevolg van polyfarmacie. Het ontbreken van de natuurlijke beschermlaag van speeksel leidt op zeer korte termijn tot acute wortelcariës, pijnlijke slijmvliesontstekingen en kauw- of slikproblemen.
>2 jaar geen tandartsbezoek: Hét signaal van afnemende regie en zelfzorg. Het wegvallen van professionele controle is de sterkste voorspeller voor 'stille' afbraak van het gebit, verborgen pijn en ernstige complicaties [4].
In het geval bij intake sprake is van een feitelijk of dreigend zelfzorgtekort, vraag dan ook altijd of iemand nog volledig in staat is om zelfstandig voor de eigen mondgezondheid te zorgen. Overweeg (samen met de cliënt) een observatiemoment als de cliënt en/of de mantelzorger zorg geeft aan het gebit. Om de mate van zelfredzaamheid en de ondersteuningsbehoefte goed in kaart te brengen, richt een observatie zich op vijf specifieke functionele domeinen [1,3,5]:
Fysieke handfunctie en fijne motoriek:
Poetskracht en bereik: Kan de cliënt een tandenborstel vasthouden, voldoende druk uitoefenen en de achterste tanden of kiezen bereiken?
Hulpmiddelen hanteren: Kan de cliënt zélf een tube tandpasta openen, ragers of tandenstokers gebruiken, of een (elektrische) borstel bedienen?
Oog-handcoördinatie: Is de cliënt in staat om de poetsbewegingen gericht in de eigen mond uit te voeren?
Cognitieve functies en begrip:
Inzicht en herinnering: Weet de cliënt dat er gepoetst moet worden en herinnert hij/zij de dagelijkse routine (minimaal 2x per dag)?
Instructiebegrip: Kan de cliënt eenvoudige opdrachten opvolgen tijdens de mondzorg (zoals "mond openmaken", "spoelen" of "uitspugen")?
Gedrag en afweer (met name bij dementie):
Verbalen en fysieke afweer: Is er sprake van afweergedrag zoals de kaken op elkaar klemmen, het hoofd wegdraaien, slaan of bijten tijdens het poetsen? [2]
Signalen van angst of pijn: Reageert de cliënt angstig op de tandenborstel of op het aanraken van het gezicht en de lippen?
Prothesevaardigheden:
Zelfstandig uit- en indoen: Kan de cliënt een gebitsprothese zelfstandig inbrengen en uitnemen, en wordt deze 's nachts uitgedaan?
Reinigingsvaardigheid: Kan de cliënt of de mantelzorger de prothese correct schoonmaken met de juiste middelen (water en vloeibare zeep)?
Mantelzorgbelasting:
Draagkracht van de mantelzorger: Weet de mantelzorger hoe de mondzorg uitgevoerd moet worden, of ervaart deze schroom, angst of overbelasting bij het poetsen van de mond van de naaste? [3,4]
Signalering vindt continu plaats tijdens de dagelijkse verzorging, het eten/drinken of de intake. Hierbij vertaal je een "niet-pluisgevoel" or verandering in gedrag naar concrete observaties [1,3,6]. Let daarbij op het volgende:
Fysieke & zichtbare signalen:
Mondweefsels: Rood, gezwollen of bloedend tandvlees, zweren, witte aanslag (schimmel/candida) of droge, gescheurde lippen.
Hygiëne & geur: Zichtbare etensresten/plak, tandsteen, een vieze adem (halitose).
Speeksel: Een extreem droge mond (xerostomie) of juist overmatig kwijlen.
Functionele signalen:
Problemen bij het kauwen, vaak slikken/haperen, hoesten tijdens of na de maaltijd, spugen van eten, of verminderde smaak.
Moeite met praten of een veranderde spraak door een slecht passende prothese of pijn.
Gedragssignalen (cruciaal bij bv. dementie of verstandelijke beperking):
Afweer- of weerstandsgedrag bij het tandenpoetsen of de maaltijd.
Wrijven over de wang, aanraken van de mond, of plotseling weigeren van hard/koud/warm voedsel.
De OHAT (Oral Health Assessment Tool) werd in 2004 ontwikkeld door Dr. Jane Chalmers en haar onderzoeksteam in Australië. Het hulpmiddel werd afgeleid van een eerder instrument, de Brief Oral Health Status Examination (BOHSE) van Kayser-Jones (1995).
Toegankelijkheid: zorgverleners zonder tandheelkundige achtergrond (zoals wijkverpleegkundigen, verzorgenden en verpleeghuispersoneel) een snelle, betrouwbare en objectieve manier bieden om de mondgezondheid te beoordelen.
Vroegsignalering: problemen bij kwetsbare cliënten of mensen met cognitieve beperkingen (zoals dementie) in een vroeg stadium herkennen, voordat er ernstige complicaties of pijn ontstaan.
Nederlandse context: in Nederland is de tool aangepast en gevalideerd tot de OHAT-NL, die breed wordt aanbevolen in de landelijke richtlijnen voor langdurige zorg [7]
Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). Klinische Praktijkrichtlijn: Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen. Nieuwegein: KIMO; 2021.
Samenwerkingsverband Kwaliteitsrichtlijnen In De Langdurige Zorg (SKILZ) & V&VN. Richtlijn Mondzorg in de palliatieve fase. Utrecht: SKILZ / V&VN; 2022.
Vilans / De Mond Niet Vergeten! Kennisbundel Mondzorg: Richtlijnen en praktische handvatten voor de wijkverpleging. Utrecht: Vilans; 2023.
De Goede S, van Dijk P, van der Sluijs M, e.a. Mondzorg voor thuiswonende kwetsbare ouderen: Een verkennend onderzoek naar knelpunten en oplossingsrichtingen in de eerste lijn. Utrecht: Nivel; 2021.
Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) & Verenso. Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; Herziening 2023/2024.
Chalmers JM, King PL, Spencer AJ, Wright FA, Carter KD. The Oral Health Assessment Tool – Validity and reliability. Australian Dental Journal. 2005;50(3):191-199.
Weening-Verbree LF, Everaars B, Schuller AA, Hoben M, Jerković-Ćosić K. The Dutch version of the Oral Health Assessment Tool: Translation and inter-rater reliability among community nurses. International Journal of Dental Hygiene. 2024;22(1):140-147. (Zie ook: Vilans / De Mond Niet Vergeten! - OHAT-NL, 2024)