Signaleren: vraag hier actief naar tijdens de anamnese. Let op een plakkende tong bij het praten, een brandend gevoel, taai slijm, moeite met kauwen of de constante noodzaak om water te drinken bij het doorslikken van voedsel. Gebruik eventueel de verkorte Xerostomievragenlijst of het Utrecht Symptoom Dagboek 4D (USD-4D).
Basiszorg: verhoog, indien de situatie dat toelaat, de mondverzorging naar 3–4 keer per dag en poets gedurende 3 minuten.
Speekselstimulatie: zet kauw- en geurstimuli in (bijv. kauwen op suikervrije Xylitol-kauwgom, stukjes komkommer of watermeloen; ruiken aan warm eten voor de maaltijd). Overweeg in overleg met de arts pilocarpine, maar let op bijwerkingen zoals transpireren, hoofdpijn en duizeligheid.
Acties als stimulatie níét meer mogelijk is: smeer de lippen in met een vochtinbrengende crème (gebruik geen vaseline). Laat de cliënt kleine slokjes water drinken of de mond spoelen (voeg eventueel munt of komkommer toe; vermijd citrusvruchten). Gebruik kunstspeeksel (gel meerdere malen per dag, spray meerdere malen per uur). Vermijd harde, droge, plakkerige of sterk gekruide voeding.