Signaleren: vraag hier naar bij cliënten met een verminderde eetlust, vooral bij risicogroepen (polypharamy), chemotherapie of een reeds droge mond).
Omgeving & voeding: geur bepaalt voor een groot deel de smaak. Voorkom onprettige geuren in de kamer (etensgeuren, zware bloemen, rook, incontinctiemateriaal). Zorg dat het eten er smakelijk uitziet en versterk de smaak eventueel met extra kruiden. Laat de cliënt dranken met koolzuur of een zoetzure/bittere smaak proberen (zoals bitter lemon).
Specifieke smaakafwijkingen: ervaart de cliënt een metaalsmaak? Gebruik dan geen metalen bestek en vermijd pijnboompitten. Vermijd bittere triggers zoals koffie, pure chocolade of grapefruit bij een bittere smaakbeleving. Bij smaakverlies door radiotherapie, chemotherapie of dialyse kan zinksuppletie in overleg worden overwogen.